Catastrofaal denken hindert herstel polsbreuk

Gepubliceerd op 12 september 2016

Catastrofaal denken hindert herstel polsbreuk

Mensen die zich op het ergste voorbereiden, hebben na een geopereerde polsbreuk meer klachten dan anderen. Dit is een van de uitkomsten van promotieonderzoek naar de distale radiusfractuur, door Teun Teunis.

Samen met anderen onderzocht hij welke factoren van invloed waren op klachten die patiënten  na een operatie overhielden. Er was opvallend genoeg geen verband tussen verschillende radiografische uitkomsten – oftewel: in hoeverre zitten alle stukken weer op zijn plek –na de operatie en de mate waarin patiënten hun pols een jaar na dato konden gebruiken.  Teunis onderzocht hierna of psychosociale factoren een rol speelden, en dat bleek het geval. Catastrofaal denken – zich voorbereiden op het ergste – is zo’n factor. De patiënten die daar ná de operatie toe geneigd waren, hadden zes weken na dato meer last van stijve vingers en verandering van de huid, zoals zwelling. Waarschijnlijk komt dit omdat catastrofale denkers hun hand en pols meer ontzien, uit angst voor pijn. Uit een ander onderzoek bleek overigens wél dat dit negatieve gedachtepatroon afnam in de zes weken na de operatie, net als depressieve symptomen. Bezorgdheid over de gezondheid bleef gelijk.

Door: Sophie Broersen (www.medischcontact.nl)

Teun Teunis promoveerde op 25 augustus jl. aan de Universiteit van Utrecht op zijn proefschrift Distal radius fractures: what determines the outcome after surgery?

Certificeringen:

Om deze website goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid. Instellingen Direct Accepteren
sluiten